Hoe noemt men de gekonfijte schil van de cederappel? (6) letters |Lees het artikel op onze puzzelnl.khbarmix.com-website om het antwoord te vinden. De gekonfijte schil van de cederappel noemt men SUKADE (6 letters). Antwoord SUKADE Sukade is de naam voor de gekonfijte schil van de cederappel (Citrus medica), ook wel citroenappel of citron genoemd. De vrucht zelf is groot, vaak bobbelig en heeft een dikke schil. Het vruchtvlees is relatief droog en minder eetbaar dan dat van een citroen of sinaasappel. Bereidingswijze De schil wordt in stukken gesneden. Deze worden langdurig geweekt om de bittere stoffen te verwijderen. Daarna worden de stukken herhaaldelijk gekookt en doordrenkt met een steeds sterker wordende suikeroplossing. Na dit proces zijn de stukken doorschijnend, stevig en zoet: dit is de sukade. Gebruik Banketbakkerij: sukade wordt veel gebruikt in kerst- en feestgebak, zoals kerststol, tulband en krentenbrood. Koekjes en cake: vaak verwerkt in koekjesdeeg en vruchtencake. Traditionele gerechten: in Nederland vooral populair rond de feestdagen. Herkomst van de naam Het woord “sukade” komt van het Italiaanse zuccata, afgeleid van zucchero = suiker. Dit verwijst rechtstreeks naar het suikerproces waarmee de schil wordt geconserveerd. Tegenwoordig Sukade wordt vaak in kleine gekonfijte blokjes verkocht, meestal gemengd met andere gekonfijte vruchten (oranjesnippers, citroenschil, kersen). Er bestaat ook het sukadelapje (een stoofvleesgerecht), maar dat heeft een andere oorsprong: het vlees is genoemd naar een pees die doet denken aan de vorm van een sukadestukje. [caption id="attachment_28419" align="aligncenter" width="705"] Hoe noemt men de gekonfijte schil van de cederappel? (6)[/caption] De vrucht: de cederappel (Citrus medica) Uiterlijk: een zeer grote citrusvrucht (soms tot 25 cm lang), met een dikke, bobbelige schil. Vruchtvlees: weinig sappig, vaak droog en zuur-bitter van smaak. Daardoor wordt het vruchtvlees zelden gegeten. Schil: de waarde ligt juist in de dikke, sponsachtige schil, die zich goed leent voor konfijten. Het konfijten van sukade Het proces is arbeidsintensief en kon vroeger weken duren. Voorbereiden: de schil wordt in repen of blokjes gesneden en meerdere keren geweekt in water, soms met zout of kalkwater, om bitterheid te verminderen. Koken: de stukken worden gekookt om ze zachter te maken. Suikeren: vervolgens worden ze in steeds zoeter wordende suikerstroop gelegd (vaak in 5–7 stappen), totdat de cellen van de schil volledig zijn doordrongen van suiker. Drogen en bewaren: de suikerkristallen stabiliseren de structuur en maken de schil lang houdbaar. Dit conserveerproces was vooral belangrijk in een tijd waarin suiker een luxeproduct was. Historisch gebruik Europa: Sukade kwam via Italië en de handel van de Venetianen in de late middeleeuwen naar Noordwest-Europa. Nederland: Al in de 17e eeuw werd sukade populair in banketbakkersproducten en als luxe snoepgoed. Joodse traditie: de cederappel (etrog) wordt gebruikt bij het Loofhuttenfeest (Soekot). Na de religieuze viering werd de vrucht soms verwerkt tot sukade, zodat hij niet verloren ging. Toepassingen in de keuken Gebak en brood: onmisbaar in kerststollen, paasbroden, fruittaarten, vruchtencakes, tulband en ontbijtkoek. Mengsels: vaak samen met gekonfijte kersen, sinaasappel- en citroenschil in zogeheten “sukade- of vruchtenmix”. Confiserie: in de 18e en 19e eeuw ook wel als luxe snoepje gegeten, vaak omhuld met een dun laagje suiker. Culturele en taalkundige weetjes Het Nederlandse woord “sukade” komt van het Italiaanse zuccata (van zucchero = suiker). Het sukadelapje (stoofvlees) heeft indirect dezelfde naam: in dit stuk rundvlees zit een pees die qua vorm doet denken aan een stukje sukade. Sukade staat symbool voor feestelijkheid en rijkdom, omdat het eeuwenlang een luxeproduct was dat men zich enkel met bijzondere gelegenheden kon veroorloven. Moderne productie Tegenwoordig komt de meeste commerciële sukade uit Italië (Calabrië, Sicilië) en Griekenland, waar de cederappel nog steeds wordt geteeld. De productie is grotendeels geautomatiseerd, maar het principe van langzaam konfijten in suikerstroop is hetzelfde gebleven.