Het belastingvrij vermogen in 2026 bedraagt ⬠59.357 per persoon in Nederland. Voor fiscale partners die het hele jaar aan de voorwaarden voldoen, komt de gezamenlijke vrijstelling uit op ⬠118.714. Deze bedragen bepalen hoeveel vermogen u bij de reguliere berekening van box 3 buiten de belastingheffing kunt houden.
Toch betekent een hoger banksaldo niet automatisch dat u over het volledige bedrag boven deze grens belasting betaalt. De Belastingdienst kijkt namelijk naar uw totale vermogen, de soorten bezittingen die u hebt en de manier waarop uw rendement wordt berekend. Hieronder leest u hoe de vrijstelling werkt, welke bezittingen meetellen en waar u bij uw belastingaangifte over 2026 op moet letten.
Hoe hoog is het belastingvrij vermogen in 2026?
De vrijstelling voor vermogen in box 3 is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Bent u alleenstaand of hebt u een fiscale partner? Dat verschil bepaalt hoeveel vermogen u volgens de reguliere berekening buiten de heffing kunt houden.
| Situatie | Heffingsvrij vermogen in 2026 |
|---|---|
| Zonder fiscale partner | ⬠59.357 |
| Met fiscale partner, samen | ⬠118.714 |
Het heffingsvrij vermogen is geen aparte vrijstelling voor iedere spaarrekening of belegging. Het geldt voor uw gezamenlijke vermogen dat onder box 3 valt. Uw spaargeld, beleggingen en andere relevante bezittingen worden dus niet afzonderlijk met de volledige vrijstelling vergeleken.
Wat betekent de vrijstelling voor uw spaargeld?
Staat uw geld op een Nederlandse spaarrekening, dan kan het onder box 3 vallen. Of u belasting moet betalen, hangt echter af van uw totale vermogen en uw persoonlijke omstandigheden. Een paar voorbeelden maken dat duidelijk:
- ⬠40.000 spaargeld: als u geen ander vermogen in box 3 hebt, blijft u onder de vrijstelling.
- ⬠60.000 spaargeld: u komt ⬠643 boven de vrijstellingsgrens uit.
- ⬠100.000 spaargeld: uw vermogen ligt ⬠40.643 boven de vrijstelling.
- ⬠150.000 gezamenlijk spaargeld: fiscale partners komen samen ⬠31.286 boven hun gezamenlijke vrijstelling uit.
Deze voorbeelden gaan uit van de reguliere berekening, zonder andere bezittingen of aftrekbare schulden. Het bedrag boven de vrijstelling is niet hetzelfde als het bedrag waarover u rechtstreeks belasting betaalt. Daarvoor moet eerst het belastbare voordeel uit sparen en beleggen worden berekend.
Welke bezittingen vallen onder box 3?
Voor de berekening van uw belastingvrij vermogen kijkt de Belastingdienst naar meer dan alleen het saldo op uw bankrekening. Verschillende soorten bezittingen kunnen meetellen.
- Spaargeld en banktegoeden: geld op betaal- en spaarrekeningen, zowel in Nederland als in het buitenland.
- Beleggingen: aandelen, obligaties en beleggingsfondsen.
- Cryptovaluta: bijvoorbeeld bitcoin en andere cryptoactiva.
- Een tweede woning: zoals een vakantiewoning of een woning die u verhuurt.
- Overige bezittingen: andere vermogensbestanddelen die volgens de fiscale regels in box 3 vallen.
Uw eigen woning waarin u hoofdzakelijk woont, valt doorgaans in box 1. De woning wordt daarom niet op dezelfde manier behandeld als een tweede woning.

Welke schulden mag u aftrekken?
Sommige schulden kunnen uw vermogen in box 3 verlagen. Daarbij geldt een schuldendrempel. In 2026 bedraagt deze ⬠3.800 per persoon en ⬠7.600 voor fiscale partners samen.
Niet iedere lening mag u volledig aftrekken. Een hypotheek voor uw eigen woning valt bijvoorbeeld doorgaans onder box 1. Controleer daarom welke schulden daadwerkelijk in aanmerking komen voor de berekening van box 3.
Hoe wordt de belasting over uw vermogen berekend?
Hebt u meer vermogen dan de vrijgestelde grens, dan kijkt de Belastingdienst naar het voordeel uit sparen en beleggen. De berekening hangt mede af van de samenstelling van uw vermogen.
Bij de reguliere berekening worden verschillende rendementspercentages gebruikt voor onder meer spaargeld, beleggingen en aftrekbare schulden. Over het berekende voordeel uit sparen en beleggen geldt in 2026 een belastingtarief van 36%.
Dat betekent dat u niet simpelweg 36% betaalt over het bedrag boven ⬠59.357. De belasting wordt berekend aan de hand van het vastgestelde rendement en de toepasselijke regels.
Voorbeeld: ⬠100.000 aan spaargeld
Stel dat u alleenstaand bent en op 1 januari 2026 ⬠100.000 aan spaargeld hebt. U hebt geen andere bezittingen of aftrekbare schulden.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Totaal spaargeld | ⬠100.000 |
| Heffingsvrij vermogen | ⬠59.357 |
| Vermogen boven de vrijstelling | ⬠40.643 |
De ⬠40.643 is het verschil tussen uw spaargeld en de vrijstelling. Het is niet automatisch uw belastbare inkomen. De Belastingdienst berekent eerst het voordeel uit sparen en beleggen volgens de toepasselijke methode.
Waarom is 1 januari 2026 belangrijk?
Voor de reguliere berekening van box 3 geldt de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari 2026 als uitgangspunt.
Dat betekent dat een verandering in uw banksaldo later in het jaar niet automatisch de oorspronkelijke peildatum verandert. De waarde van beleggingen, spaargeld en andere bezittingen op de relevante datum speelt een belangrijke rol bij de aangifte over 2026.
Bewaar daarom uw bankgegevens, beleggingsoverzichten en informatie over eventuele schulden. Daarmee kunt u uw vermogen nauwkeuriger vaststellen wanneer u aangifte doet.
Wat als uw werkelijke rendement lager is?
De reguliere berekening gaat uit van rendementspercentages die per soort vermogen verschillen. Het rendement dat u daadwerkelijk behaalt, kan daarvan afwijken.
Als uw werkelijke rendement lager is dan het rendement volgens de reguliere berekening, kan het onder de geldende regels mogelijk voordeliger zijn om uw werkelijke rendement te laten beoordelen.
Houd er rekening mee dat bij de berekening op basis van het werkelijke rendement het heffingsvrij vermogen niet op dezelfde manier wordt toegepast. De uitkomst hangt af van de relevante regels en uw persoonlijke situatie.
Veelgestelde vragen over belastingvrij vermogen 2026
- 1. Hoeveel spaargeld mag ik in 2026 belastingvrij hebben? Als alleenstaande bedraagt het heffingsvrij vermogen ⬠59.357. Voor fiscale partners samen is dat ⬠118.714. De vrijstelling geldt voor het gezamenlijke vermogen in box 3 en niet uitsluitend voor spaargeld.
- 2. Moet ik belasting betalen als ik meer dan ⬠59.357 bezit? Niet automatisch over het volledige bedrag boven de grens. De Belastingdienst berekent eerst het voordeel uit sparen en beleggen. De uiteindelijke belasting hangt onder meer af van uw bezittingen, eventuele aftrekbare schulden en de toepasselijke berekeningsmethode.
- 3. Tellen aandelen en cryptovaluta mee voor het belastingvrij vermogen? Ja, aandelen en cryptovaluta kunnen onder box 3 vallen. Ze worden samen met andere relevante bezittingen meegenomen in de berekening. Voor verschillende soorten vermogen kunnen verschillende rendementsregels gelden.
- 4. Wat is het belastingvrij vermogen voor fiscale partners in 2026? Fiscale partners die aan de voorwaarden voldoen, hebben samen een heffingsvrij vermogen van ⬠118.714. Hoe de bezittingen en het belastbare voordeel worden verdeeld, hangt af van de fiscale situatie en de toepasselijke regels.
Conclusie
Het belastingvrij vermogen in 2026 bedraagt ⬠59.357 voor alleenstaanden en ⬠118.714 voor fiscale partners samen. Om te bepalen of u box 3-belasting moet betalen, is het belangrijk om niet alleen naar uw spaargeld te kijken, maar ook naar uw beleggingen, overige bezittingen en aftrekbare schulden.
Door uw vermogen op de juiste peildatum vast te stellen en de toepasselijke berekeningsmethode te controleren, krijgt u een beter beeld van uw mogelijke belastingaanslag.





