Uitstrijkje tot welke leeftijd? In Nederland geldt het volgende: Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
Vrouwen tussen 30 en 60 jaar worden uitgenodigd voor een uitstrijkje (cervixuitstrijkje).
De uitnodiging komt elke 5 jaar:
30 jaar
35 jaar
40 jaar
45 jaar
50 jaar
55 jaar
60 jaar
Na 60 jaar:
Je krijgt geen uitnodiging meer als het vorige uitstrijkje geen afwijkingen liet zien.
Als er wel iets is gevonden of je arts het raadzaam vindt, kun je ook na je 60e nog een uitstrijkje laten doen op indicatie (bijvoorbeeld via de huisarts).
 Samengevat
Leeftijd
Uitnodiging voor uitstrijkje
< 30 jaar
Alleen op medische indicatie
30–60 jaar
Automatische uitnodiging elke 5 jaar
> 60 jaar
Alleen op medische indicatie
Tip: Sinds enkele jaren mag je ook kiezen voor een zelfafnameset om HPV (het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken) thuis te testen. Als daar iets uitkomt, wordt je alsnog uitgenodigd voor een uitstrijkje bij de huisarts.
Welke leeftijd heeft de meeste kans op baarmoederhalskanker
Waarom na 60 jaar geen uitstrijkje meer?
De reden dat na 60 jaar geen standaard uitstrijkje meer wordt aangeboden, heeft te maken met medische inzichten en risico-inschatting. Hieronder leg ik het stap voor stap uit
1. Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich heel langzaam
Baarmoederhalskanker ontstaat meestal door een langdurige HPV-infectie (humaan papillomavirus). Het duurt vaak 10 tot 15 jaar (soms nog langer) voordat een infectie zich ontwikkelt tot kanker.
Als een vrouw tot haar 60e steeds goede uitstrijkjes heeft gehad (zonder HPV of afwijkingen), is de kans dat er daarna nog iets gevaarlijks ontstaat heel klein.
2. Het risico neemt af met de leeftijd
Na de overgang (menopauze) wordt de baarmoederhals kleiner en verandert het slijmvlies.
Nieuwe HPV-infecties komen dan veel minder vaak voor.
Bestaande infecties zijn meestal al door het immuunsysteem opgeruimd.
Daarom is het risico op baarmoederhalskanker laag bij vrouwen boven de 60 die eerder normale resultaten hadden.
3. Efficiëntie en kosten-baten
Het bevolkingsonderzoek richt zich op de groepen waar het meeste gezondheidswinst te behalen is. Bij vrouwen boven de 60 levert routinematig screenen nauwelijks extra gezondheidswinst op — tenzij er klachten zijn.